We richten onze organisaties in op het constant luisteren en veranderen. Flexibiliteit is de norm. Aan de andere kant eisen we stabiliteit. Een stabiele organisatie, een voorspelbaar niveau van product en het vermeiden van risico. In veel theoretisch werk worden structuur en voorspelbaarheid als tegenhanger van flexibiliteit gezien. Sluiten ze elkaar inderdaad uit?

Veel meer dan het denken op korte termijn kost het om op lange termijn stabiel te blijven presteren. Zeker in een turbulente omgeving is het zaak om een repertoire aan reactiemogelijkheden in huis te hebben om het ook op lange termijn te redden. In stabiliteit is vaak de gedachte opgenomen dat strakke en strikte processen nodig zijn om een stabiel niveau te kunnen handhaven. Een minder nauw en losser systeem voorkomt echter dat verstoringen direct effect hebben op de gehele organisatie. Een flexibele inrichting zorgt voor waarneming en eenvoudigere correctie vóórdat de gehele organisatie negatief is beïnvloed. Veel organisaties trachten daarnaast foutloos te opereren en problemen te vermijden. Steeds vaker kan echter betoogd worden dat trial-and-error bijdraagt aan het herkennen van obstakels. Door op kleine schaal vernieuwingen door te voeren neemt ervaring en kennis toe. Door te leren kan op lange termijn stabiel gepresteerd worden. Door in een vroeg stadium te experimenten kunnen catastrofes worden voorkomen. De lessen die getrokken kunnen worden dragen bij aan efficiëntie en lange adem. Een flexibele houding bijdragend aan de stabiliteit van het grotere geheel.

Ondanks dat deze gedachte tegen de heersende opvattingen indruist kunnen structuur, formalisering en controle bijdragen aan het vermogen om van een instabiele omgeving te profiteren. Regels en limieten kunnen inderdaad beperken en autonomie verminderen maar dragen zeker ook bij aan veiligheid en consistentie. Door de formalisering en strikte inrichting wordt een interpretatiekader geboden en kan aan de hand van eerdere ervaringen voort worden geborduurd tijdens nieuwe situaties. Het voortborduren op vastgelegde conventies en eerdere ervaringen komt bijzonder vaak voor onder musici en wetenschappers en binnen deze kaders vernieuwen zij constant. Studies naar innovatie tonen veelal aan dat de vernieuwingen met name worden bereikt door collectieve en vooral systematische aanpak en veel minder door de vrij geest van één persoon. Door onzekerheid te verminderen, coördinatie te promoten en energie in de juiste richting te kanaliseren kan vernieuwing worden bevorderd en progressie systematisch worden bereikt.

In plaats van het limiterende effect van standaardisering kan het een praktisch frame vormen voor de omgang met een veranderende omgeving. Zoals vaker is het zaak een balans te vinden in deze structuren en vrijheid. Huidige trends tonen steeds meer vrijheid en het opgeven van controle. Slaan we hier niet in door? Wordt er nog gedacht aan het belang van beide componenten? Het lijkt er op dat ze niet zonder elkaar kunnen…