Ondernemerschap op school: wie wordt er nu werkelijk wijzer van?

Steeds meer Leidse jongeren kiezen voor het ondernemerschap. Het aantal zogenaamde 25-minners dat zich bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven nam sinds 2010 met 23% toe. Hoe verhoudt het onderwijs zich tot deze ontwikkeling en is het onderwijs hierin wel van toegevoegde waarde?

De indrukwekkende stijging van 23% betreft slechts een toename van 285 naar 351 Leidse inschrijvingen. Toch is de, vergelijkbare, landelijke trend voor het Ministerie van Economische Zaken voldoende aanleiding om bijna een miljoen euro te reserveren waarmee ondernemerschap in het onderwijs moet worden gestimuleerd. Ook op de Hogeschool Leiden wordt met de minor ‘Jong Ondernemen’ zo’n programma ingezet.

Henk Vink, coördinator van de minor, ziet de verandering terug onder zijn studenten. “In plaats van een bijbaan in een restaurant kiezen sommige al voor de vrijheid van een eigen bedrijfje. In het achterhoofd rekening houdend met het toekomstige ondernemen.” Tijdens de minor worden studenten in groepsverband gekoppeld aan een begeleider uit het bedrijfsleven. Samen ontwikkelen de jongeren in hoog tempo een bedrijfsplan, voeren marktonderzoek uit en vergaren door aandeelhouders aan te trekken eigen startkapitaal. Met de eerste inleg wordt een product in de markt gezet en het bedrijf draaiende gehouden. “We leren ze dat het schrijven van een ondernemingsplan geen ondernemen is. We vragen ze een echt bedrijf op te richten en te zorgen voor omzet. In de beoordeling telt het plan mee, maar de opbrengst over langere periode is voor ons de graadmeter”, aldus Vink.

De visie van twee ervaren ondernemers

Vraag blijft of het aanbieden van een ondernemerschapsprogramma iets toevoegt aan de praktijk. Sanne van Steijn heeft inmiddels enkele jaren ervaring. Ze richtte ten tijde van de crisis haar, aan de Haagweg gevestigde, ontwerpbureau Studio Verse Melk op. Terugkijkend op haar opleidingen aan het Grafisch Lyceum Rotterdam en de Kunstacademie in Den Haag vindt ze het nog steeds vreemd dat er nauwelijks aandacht was voor het ondernemerschap. “De helft van de afgestudeerde ontwerpers gaat aan de slag als zelfstandige maar wordt hier nauwelijks op voorbereid. Van het financiële aspect tot aan auteursrechten zijn onderwerpen die meer aandacht verdienden.”

Camerajournalist Martijn Brouns zag binnen de Publieke Omroep allerlei nieuwe kansen maar liep in praktijk tegen barrières op. Met zijn eigen onderneming Hit and Run hoopte hij  enkele jaren geleden de creatieve vrijheid te hervinden. Ook als zelfstandige ervaart hij die vrijheid relatief is. “Klanten hebben beperkte budgetten, moeten bepaalde doelstellingen halen of zijn verwikkeld in interne processen. Hoe je daar mee om moet gaan leer je niet in een opleiding.”

Martijn vraagt zich hardop af met welk doel voor ogen studenten kiezen voor dit traject. Hij gelooft zogezegd niet in dit type onderwijs en is van mening dat er teveel nadruk ligt op de leuke aspecten van het ondernemen; vrijheid en het eigen baas zijn. “Het lijkt het opdringen van een tendens. Ondernemen gaat om overtuigingskracht en strategisch inzicht. Dat kun je niet leren in een opleiding.” Het echte ondernemerschap is naar zijn idee iets dat volledig voort moet komen uit de student zelf. “Als individu moet je alles aangrijpen.”

“Voor het ondernemen zelf heb je deze opleiding natuurlijk niet nodig”

Leidse student Fysiotherapie, Roel Schenk, startte enkele weken geleden met de minor. Naar eigen zeggen wordt er binnen zijn eigen opleiding Fysiotherapie veel te weinig gedaan met het thema. “De docenten krijgen opgelegd aandacht te schenken aan het ondernemen maar stralen uit dat het ze eigenlijk niet interesseert. Vreemd, want met de toenemende commercie in de zorg vind ik het een logische stap.”

Een jaar geleden al trof hij de eerste voorbereidingen voor zijn eigen bedrijf. Hij hoopt nu wat basisvaardigheden op te doen op het gebied van boekhouden, regelgeving en financiën. Het ondernemen gaat hij er niet leren. “Bovenal is het gewoon het slaan van twee vliegen in één klap. Ik doe in een veilige omgeving ervaringen op die ik één op één kan overnemen in mijn eigen onderneming. Voor het ondernemen zelf heb je deze opleiding natuurlijk niet nodig. Alles wat ik nu weet en heb bereikt komt voort uit eigen inzicht. Dát zou een ondernemer moeten kenmerken.”

De terugblik van een voormalig student

Net als Roel Schenk gelooft voormalig student Metta van Straten dat ondernemerschap al in je persoonlijkheid aanwezig moet zijn om echt te kunnen te slagen. Wel biedt een opleiding tools en rolmodellen die volgens haar net dat zetje kunnen geven om geïnspireerd te raken. In de afronding van haar opleiding Communicatie aan de Hogeschool Leiden was ze benieuwd naar de werking van het echte bedrijfsleven. De minor ‘Jong Ondernemen’ bracht haar in contact met verschillende achtergronden van studenten. “Aspiraties om te ondernemen hadden de meeste niet. Zelf wilde ik vooral buiten de kaders van mijn eigen studie leren denken. Je krijgt er een bepaald kunstje aangeleerd en ik wilde weten hoe dit in een groter geheel zou passen.” Ze noemt het vooral een strategische keuze. Een manier om haar meerwaarde in een verband te ontdekken. En met succes want tijdens iedere latere sollicitatie vroeg men naar het bedrijf dat ze oprichtte. “Werkgevers waren benieuwd wat het proeven aan ondernemerschap me had geleerd.”

De succesfactor van de opleiding schuilt volgens Metta vooral in de koppeling aan iemand met jarenlange werkervaring. Gery Groen, ondernemer en oprichter van CiEP, hielp bij het marktonderzoek, realistisch blijven en knopen doorhakken. “Een eigen bedrijf leerde ons vooral te denken vanuit innovatie en maakte ons bewust van de realiteit. We voelden de verantwoordelijk voor de aandeelhouders.” Uit een boek had ze dit naar eigen zeggen nooit kunnen leren. “Iedereen had zijn eigen taak in het geheel. Zo kwam ik bijvoorbeeld in aanraking kwam met sales en PR. Ik heb gepitcht, verkocht en interviews geregeld. Vaardigheden waar ik in mijn huidige werk als marketeer nog steeds wat aan heb.”

Terugkijkend ziet ze vooral dat de opleiding je helpt je eigen kwaliteiten te ontdekken. “Naar mijn idee was het ondernemerschap ondergeschikt aan het klaarstomen voor het bedrijfsleven. We leerden dat in een groter geheel iedereen van waarde is.” Hoewel de opleiding ook enkele “snelle jongens” aantrok kan Metta zich niet herinneren dat zij ook daadwerkelijk voor zichzelf zijn begonnen. “De meeste zijn net als ik aan de slag gegaan voor een baas. Misschien dat als de economie wat aantrekt ze toch nog kansen zien.”

“Leren doe je niet in de schoolbanken”

Volgens Koen Brouwer kun je zoiets als ondernemen ook niet leren vanuit de schoolbanken. De student Commerciële Economie richtte enkele jaren geleden naast zijn studie het bedrijf Safe Ears op. Inmiddels zijn daar een boekingskantoor en cosmeticalijn aan toegevoegd. Bewust ontwijkt hij het thema ondernemerschap in zijn opleiding aan de Hogeschool Leiden. “Wat ik daar zou leren doe ik nu al in de praktijk. Leren doe je niet in de schoolbanken. Dat doe je namelijk buiten door te doen.” De activiteiten bleven niet onopgemerkt; hij won er vorige maand de Studenten Ondernemersprijs mee.

Volgens de student-ondernemer kan een opleiding gericht op het ondernemen weinig meer bijdragen dan enkele basisvaardigheden als boekhouden. “Ondernemen is vernuftigheid ontwikkelen in het herkennen van kansen op de markt. Dat doe je door te vallen, oplossingsvermogen te ontwikkelen, en weer op te staan. Laatst hadden we bijvoorbeeld een rechtszaak met een concurrent. Geen opleiding die je leert hoe daar mee om te gaan.” De ervaring doe je volgens Brouwer op door aan relaties te werken en mensenkennis te ontwikkelen. De voelsprieten die je kweekt helpen je in het ondernemerschap. “Zoiets is niet concreet te maken en aan te leren. Je moet zelf de touwtjes in handen voelen en risico’s durven nemen. De buitenwereld is de grootste leerschool die er is. Een echte ondernemer redt het daar zonder studie.” Over het afronden van zijn eigen studie twijfelt hij dan ook sterk. “Ieder uur dat ik daar in steek kan ik nu beter investeren in mijn bedrijf.”

Zoals de toename van 285 naar 351 inschrijvingen al doet vermoeden loopt het nog niet echt storm bij loketten als de Kamer van Koophandel. Ook ondernemersvereniging BV Leiden kan niet spreken van een verandering. Van de ruim 350 leden is een handjevol ondernemers jonger dan 30 jaar. Marleen Hogendoorn – zelf lid en jong ondernemer – denkt dat jongeren vooral gebaat zijn bij inspiratie. “Het netwerken, de praktische adviezen en zien hoe anderen al jaren de crisis doorkomen inspireerde mij enorm.” Bert Wams, bedrijfsadviseur bij de Kamer van Koophandel, ziet dat er ook in Leiden vooral behoefte is aan enkele basisvaardigheden die nodig zijn voor belastingen en financiën. De Kamer van Koophandel en het onderwijs werken daarin steeds vaker samen; zo wordt voorlichting gegeven op scholen en assisteren ze bij projectgroepen. Of het onderwijs hierin een rol moet spelen en hoe deze moet worden vormgegeven laat Wams aan de overheid en het onderwijs zelf over.

Met de aandacht vanuit het onderwijs lijkt ondernemerschap een breed te interpreteren, zo niet hol, begrip geworden. Een vaardigheid die resulteert in zelfbewuste werknemers met ondernemende houding. Iets waar met name de werkgevers blij mee zullen zijn. Wel leert een keuzeprogramma’s als de minor ‘Jong Ondernemen’ studenten dat er meer is dan het werknemersschap. In een tijd dat het lang niet meer vanzelfsprekend is dat je voor een baas aan de slag kan of wilt zorgt dit voor perspectief. De echte Leidse zelfstandigen uit branches als bouw, ICT, media en communicatie zullen, zoals ze dat altijd al moesten, het hoofd boven water moeten leren houden op basis van zelfredzaamheid en doorzettingsvermogen. Daar lijkt geen opleiding van een hogeschool iets aan te veranderen.

Waardeer je mijn werk? Ondersteun me en maak zo nog meer mogelijk

Een deel van mijn werk als freelance journalist en schrijver is op eigen initiatief en zonder opdrachtgever. Wil je me daarin steunen, dan kan dat met een donatie.

Ook interessant

Scroll naar top