Op de gemeentelijke vuilcontainer prijkt een lichtgroene ‘C’. Vlak voor het incheckmoment bij de trein straalt een oranje ‘D’ de reiziger tegemoet. Met deze net zo eenvoudige als heldere gekleurde kapitalen wil creatief bureau CLEVER°FRANKE het onderwerp privacy begrijpelijk maken. Een ‘design proposal’ voor het aanbrengen van orde in een voor veel mensen ondoorgrondelijk thema. Het leverde het bureau een gouden European Design Award op.

Dit artikel verscheen in Dutch Designers Magazine Dude

Zo ingewikkeld hoeft privacy niet te zijn, zegt UX Director Wouter van Dijk. Als mens weet je namelijk heel goed wanneer iemand zich in je personal space begeeft. “Maar in digitale vorm is die nabijheid compleet onzichtbaar gemaakt. Hoe ver sommige bedrijven hierin gaan doet me soms denken aan Stasi-praktijken.” Om er direct aan toe te voegen: “Een klein beetje gechargeerd dan. Maar we hebben er vaak geen idee van.”

Het gaat CLEVER°FRANKE er niet om specifieke bedrijven aan het kruis te nagelen. Privacy Label is een aanzet tot het onderling vergelijken of stellen van vragen. “Privacywetgeving heeft iets technocratisch: van en voor experts. Als ontwerpers die veel met data werken kunnen we door er iets menselijks van te maken een laag toevoegen aan het publieke debat.”

De smaken waarin het Privacy Label verschijnt doen nog het meeste denken aan het energielabel voor woningen. Maar in tegenstelling tot veel keurmerken geeft dit systeem niet zo zeer een antwoord op goed of fout. Locaties, bedrijven en digitale oplossingen krijgen weliswaar een vette A tot en met F uitgereikt – zichtbaar als sticker of online ingeladen via een browserplugin. De classificatie zegt vooral iets over de vaag of en hoe bedrijven communiceren over het verzamelen en gebruiken van data. En de controle die ze bezoekers en gebruikers vervolgens bieden. Met achterliggende onderzoeksvragen als ‘wordt de dataverzameling beperkt tot het hoognodige?’ en ‘is het mogelijk te veranderen hoe lang bedrijven de data bewaren?’ wordt een score bepaald.

Van Dijk is voorzichtig met het delen van concrete en opvallende bevindingen. Tijdens het ontwerp is het niet zijn uitgangspunt geweest om een oordeel te vellen over zoiets als de bewaartermijn van data. Daarvoor is wetgeving en daarmee dus even nicht im Frage. “Interessanter is of het duidelijk wordt gemaakt. Waarom bewaart OV-chipkaart maandenlang reisdata? Is dat nodig voor het doel dat het ermee heeft? Dan is het antwoord vaak nee.”

Dat een doorsnee consument weinig oog heeft voor het onderwerp begrijpt hij in zekere zin wel. De eventuele negatieve effecten doen zich pas op langere termijn voor. Met bedrijven die je online volgen om dagenlang dezelfde advertentie af te vuren is iedereen bekend. “Maar in zekere zin vind ik dat nog van een schattig niveau. Op veel andere plekken loopt de technologie al vooruit op ons menselijk begrip.” Online natuurlijk, maar ook menig stadscentrum is inmiddels uitgerust met camera’s en sensoren om gedrag in kaart te brengen. Op stations doet NS hetzelfde met behulp van wifi-tracking. “Er wordt zo ingewikkeld over gecommuniceerd dat het lijkt alsof je er als bezoeker geen keuze meer in hebt. Het is simpelweg alles accepteren of wegwezen.”

Een belangrijk doel is om juist dat laatste te veranderen. Er moet straks wat te kiezen zijn. Om de NS kun je als treinreiziger nauwelijks heen, maar inzicht in de kleine lettertjes kan leiden tot het stellen van vragen. Ook vindt hij het goed voorstelbaar dat consumenten straks zorgverzekeraars of telecomproviders vergelijken en het data-aspect meenemen in hun overweging.

Daarvoor is het wel essentieel om een label toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijke groep. Succesvolle visuele communicatiesystemen zoals die van Creative Commons en de welbekende waslabels zijn daarom belangrijk lesmateriaal geweest, vertelt Van Dijk. Evenals de minder bekende initiatieven van privacyvriendelijke zoekmachine DuckDuckGo en de Europese GDPR-iconen. Vertrekpunt: hoe eenvoudiger, hoe beter; een label moet het onderwerp niet extra complex maken; en net als een energielabel moet het een duidelijke waarde hebben. “We zijn eraan gewend om bij ingewikkelde onderwerpen direct te accepteren dat we het toch niet begrijpen. Ik hoop dat het label privacy dichter bij de echte wereld brengt.”

Hoewel Privacy Label niet is bedoeld als oproep aan collega-designers, hoeft de UX Director geen seconde na te denken over de vraag of ze zich hier meer mee bezig moeten houden. “Absoluut. Het is aan de kunst om een onderwerp in extreme vorm te agenderen. Ik zie het als de rol van ontwerpers om die correct aangekaarte items naar een praktische realiteit te vertalen.” De technologische dystopie uit de serie Black Mirror is bijvoorbeeld zo’n kunstproject. “Het daagt ons nu uit om met tegenvoorstellen te komen. Iedere designer zou zich bewust moeten zijn van de schaal van zijn werk. Het effect beperkt zich niet meer tot het ding dat we ontwerpen. Het brengt dus een grote verantwoordelijkheid mee.”

Uit zijn eigen bureaupraktijk weet hij hoe makkelijk het is om de datahonger leidend te laten zijn. Technologisch ís het ook eenvoudiger om alles op te slaan. Iets niet bewaren of bij bepaalde omstandigheden weer verwijderen, vraagt om een keuze en actie. En om een andere mindset tijdens het ontwerpproces. Zowel bij bedrijven als individuele designers en ontwikkelaars is daar niet altijd aandacht voor. “Snel een Minimum Viable Product bouwen is belangrijker dan het beantwoorden van de lastige vraag: wat als dit bewaard blijft, wat kunnen anderen er dan mee?” De vijftien vragen die CLEVER°FRANKE heeft opgesteld voor het vaststellen van de score, zijn wat dat betreft ook als eerste stap te zien richting een set van designprincipes.

Het slagen van het ontwerpvoorstel is nu van een aantal zaken afhankelijk. Inhoudelijk wil Van Dijk het label verder aanscherpen. Daarvoor zijn experts nodig die hij met de winst van de gouden European Design Award gemakkelijker hoopt te bereiken. Nog belangrijker noemt hij echter de start van een pilot. Met één gemeente en enkele maatschappelijke organisaties worden daarvoor serieuze gesprekken gevoerd. Het is zijn doel om vervolgens een professionele organisatie op te tuigen. De vraag is nog of een publieke organisatie daarvoor de beste optie is – vergelijkbaar met hoe Rank a Brand op eigen initiatief de duurzaamheid van merken rangschikt. Of dat er een officiële instantie moet komen die de labels uitreikt. “Dan zullen bedrijven eerder geneigd zijn het als een banier in te zetten. Een bewijs van excellente status.”

De crux is in zijn ogen om Privacy Label als concept zo eenvoudig mogelijk te houden. Een uitdaging op zich. “Bijna elke instantie wil extra factoren meenemen in de weging. Of data zijn opgeslagen in Europa of de VS vind ik bijvoorbeeld relatief onbelangrijk. De ja-neevraag of gegevens uitsluitend worden gebruikt waarvoor ze zijn afgegeven is in mijn ogen stukken relevanter. Eenvoudige communicatie vraagt om heldere statements.”