Impact Google en Apple op design neemt af: dit is de UX-toekomst

Apple stond jarenlang bekend om zijn gebruiksvriendelijke design, de consistente werking over de apparaten heen en vernieuwende look. Dat zorgde niet alleen voor een ongekende populariteit van producten, het had ook directe en dominante invloed op online design in het algemeen. Maar dat verandert. De invloed van grote spelers op (web)design neemt af.

Natuurlijk brengen zowel Apple als Google richtlijnen uit voor mobiel en webdesign. Maar dat doen ze vooral om te benadrukken hoe goed en mooi hun eigen technologie is ontwikkeld, zegt Anton Vanhoucke – strateeg bij ontwerpbureau Fabrique. ‘Het zijn samenwerkingen tussen ontwikkelaars en ontwerpers die zorgen voor nieuwe doorbraken en trends.’ 

Invloed van Apple op design en interfaces

Betere beschikbaarheid van lettertypes en browsers die dat ondersteunen leidt tot meer aandacht voor het gebruik van typografie in designs, bijvoorbeeld. Maar voor inspiratie kijken ontwerpers niet zo zeer naar de twee bedrijven, maar naar mode, het straatbeeld en papieren magazines. ‘Een dominant merk dat design beïnvloedt, bestaat niet meer. Veel meer nog dan vroeger beïnvloedt iedereen elkaar.’

En dat is wel eens anders geweest: Apple begreep dat gebruikers liever een makkelijk bruikbaar en aantrekkelijk design hadden dan het rommelige alternatief dat Microsoft en Google – zowel op desktop als met Android op mobiel – konden bieden. Met de adoptie van het zogenaamde skeuomorphic design waarin ontwerpers zoveel mogelijk de realiteit nabootsten heeft Apple de toon gezet voor veel latere gebruikersinterfaces.

Toch heeft het met de latere overgang naar het platte, flat, design van iOS 7 de plank volledig misgeslagen. Zodra echt alles plat is, hebben gebruikers grote moeite applicaties en interfaces te gebruiken. Het is bijvoorbeeld moeilijk primaire en secundaire knoppen en functies van elkaar te onderscheiden, zegt expert Greg Nudelman in een interview over die ontwikkeling.

‘Gebruikers moeten veel meer moeite doen te begrijpen welke actie er van ze wordt verwacht. In het flat design zijn zoveel elementen verwijderd waarin designers met gebruikers kunnen communiceren.’

Slaat Google nu de trom?

In diezelfde periode dat Apple de toon zette, timmerde Google hard aan de weg met haar zoekmachine. Daarin was het bijzonder succesvol, maar van vormgeven had het weinig kaas gegeten. Tot Larry Page ceo werd, was het bedrijf vooral obsessies gefocust op het A/B-testen van ieder detail. Pas na de komst van Page zette een verandering zich door en kreeg ieder product een welverdiende facelift.

Levend in een tijd waarin de statische webpagina’s tot een verder verleden gaat behoren, staat de persoonlijke experience centraal. Content wordt opgebroken in kleine componenten – ‘cards’ -, de zichtbare interface opnieuw opgebouwd uit alleen de voor jou relevante delen: een persoonlijke en vaak mobiele experience. Google Now is daar in inhoud en uiterlijk misschien wel het beste voorbeeld van.

Google zou volgens datzelfde interview echt leidend zijn in het zetten van de designstandaard. Zeker nu het bedrijf de designstandaard voor ‘material design’ heeft uitgegeven zullen nog talloze bedrijven zich hierdoor laten inspireren. Met schaduw wordt weer diepte aangegeven en met subtiele visuele hints krijgt de gebruiker het gevoel dat ieder component een eigen object is binnen een hiërarchie van ingrediënten die de persoonlijke experience vormt.

Toekomstige conventies en ontwikkelingen in design

Naast Apple heeft Google zich inderdaad gevestigd als invloedrijke naam op het gebied van design. Maar meer nog dan met het voorbeeld dat zij geven met het ontwikkelen van interfaces, doen de bedrijven dat met het leveren van technologie, zegt Vanhoucke: de komst van retinaschermen heeft geleid tot het gebruik van vectoren en illustraties voor haarscherpe weergave. Snelle HTML5-browsers leiden tot meer animatie en interacties in design.

In een tijd waarin niet langer één organisatie de trom slaat, zijn het ontwikkelingen op kleinere schaal die snel navolging krijgen. Zo heeft het Rijksmuseum (klant van Fabrique, red.) volgens Vanhoucke in een vroeg stadium zelf het lef gehad om in het ontwerp zeer kernachtig te zijn: naar eigen inzicht en bovendien een revolutie in de meseumwereld die veel navolging kreeg. De Correspondent heeft op haar beurt zich geheel eigenzinnig gefocust op de leeservaring zodat het ontwerp altijd ondersteunend is aan content en illustraties.

Website Rijksmuseum (tekst loopt door aan onderzijde)

Schermafbeelding-2015-10-28-om-10.38.19-1024x517

Wel hebben Google, Apple en hun standaarden nog steeds een grote rol in het laten ontstaan van conventies op het web. Websites op desktop en mobiel, maar ook besturingsystemen en apps leren het publiek sneller hoe ze interfaces – en vervolgens andere websites – gebruiken. Die mobiele conventies en standaarden verplichten je nu om als ontwerper en webredacteur keuzes te maken: pagina’s moeten kernachtig zijn, één onderwerp behandelen en doorverwijzen.

Connectiviteit als nieuwe interface

Voor de ontwikkelingen en navolging zullen we lang niet meer alleen naar giganten als Google en Apple hoeven kijken. Innovatie op ‘lager niveau’ is gebruikelijker dan ooit. Op basis van de API’s die beschikbaar worden gesteld kan er steeds meer gecommuniceerd worden tussen applicaties en apparaten. ‘Knutselaars en handige klanten gaan zo hun eigen interfaces bouwen. Ze knopen beschikbare data en digitale interfaces gewoon zelf aan elkaar’ zegt Vanhoucke.

Wat dat betekent voor de gebruikersinterface van de toekomst? Op termijn zal de focus verschuiven van responsive op meer beeldschermen naar objecten die zijn verrijkt met connectiviteit. Apparaten communiceren zelf met elkaar zonder een interface te bevatten. De data die daarbij vrijkomt zorgt ervoor dat datadesign en functionaliteit belangrijker worden. De ontwikkelingen in augmented reality maken bovendien dat we in de verwerking van data en ontwikkeling van interfaces verder moeten kijken dan de hardware die we nu kennen. De interface van morgen zou zich zomaar buiten een scherm kunnen bevinden.

Waardeer je mijn werk? Ondersteun me en maak zo nog meer mogelijk

Een deel van mijn werk als freelance journalist en schrijver is op eigen initiatief en zonder opdrachtgever. Wil je me daarin steunen, dan kan dat met een donatie.

Ook interessant

Scroll naar top