Het is slecht gesteld met de acceptatie van lesbiennes, homo’s, bi-seksuelen en transgenders (lhbt) op de werkvloer. Opvallend genoeg scoren Nederlandse bedrijven veel slechter dan internationale werkgevers. Dat blijkt uit een woensdag gepresenteerd onderzoek van de belangenvertegenwoordiger van lhbt’ers, Workplace Pride.
YOSHI TUK

Hoewel veel bedrijven de afgelopen jaren diversiteit op de werkvloer stimuleerden, kijken ze volgens directeur David Pollard onvoldoende naar de effectiviteit van die inspanningen. Met name Nederlandse werkgevers gaan ervan uit dat alles in de wet is geregeld en leunen dan achterover. ‘Eigenlijk krijg ik alleen in Nederland de vraag of zo’n onderzoek wel nodig is’, zegt Pollard.

‘Van oudsher zijn de rechten in dit land ook goed geregeld, maar werkgevers vergeten verder te kijken.’ Zicht op de specifieke vragen waarmee iemand zit, is er daardoor nauwelijks. Nederlandse bedrijven komen gemiddeld niet verder dan een 3,7 als rapportcijfer op criteria als de interne communicatie en het meten van resultaten. Internationaal ligt het gemiddelde op een 4,8. Daardoor zou nog steeds een kwart van de lhbt’ers richting collega’s niet uit de kast komen. Ook zit een extreem groot deel van de transgenders, mensen die zich niet thuis voelen in het eigen lichaam, werkloos thuis.

Technologiebedrijf IBM werd woensdag verkozen tot beste werkgever voor de lhbt’ers. Met vertegenwoordigers uit elk land zegt het bedrijf te kijken naar de vragen die leven. Wanneer en hoe vertel je bijvoorbeeld aan klanten of relaties over je geaardheid?

Vergeleken met het bedrijfsleven is de lhbt’er in de publieke sector nog slechter af. ‘Bij overheden ontbreekt concreet beleid bijna geheel’, zegt Pollard. Volgens hem zou zeker de rijksoverheid een voorbeeld moeten nemen aan de Amerikaanse regering. Die heeft besloten alleen nog zaken te doen met bedrijven die zich inspannen voor de lhbt’ers.

Samen met de Universiteit Leiden voerde Workplace Pride het onderzoek uit onder bijna veertig van haar leden. Dat slechts negentien werkgevers – goed voor zo’n 2 miljoen personeelsleden wereldwijd – zich uiteindelijk volledig lieten doorlichten is volgens Pollard een teken aan de wand. Bij grote bedrijven komt het thema maar moeilijk op de interne agenda. ‘Zeker het hogere management zou zich mogen uitspreken over het onderwerp. Dat stelt dan een nodig voorbeeld voor de rest van de organisatie.’

Deze week sluit ook KPN zich aan als lid van de organisatie. Het bedrijf kwam recentelijk in het nieuws doordat het een vrouwenquotum zou loslaten. In een reactie op de commotie zei het bedrijf zich juist te willen richten op kansen voor meerdere groepen.