Ook de kerk verhuist naar internet. Met succes. Kerkdienst Gemist trekt veel bezoek. ‘Online vertrouwen we een dominee veel meer toe.’

De moderne mens kan voor zijn geloofsbelijdenis ook online terecht. Een digitaal kaarsje aansteken, chatten met de dominee of zelfs een zegen via e-mail: nadat zowel God als de paus al via Twitter het woord verkondigde, predikt ook de kerk vanuit de cloud.

Langzaamaan dringt het besef door dat nieuwe media een weg kunnen zijn voor bekering of een manier om in contact te blijven met het kerkelijk publiek. Al in 2009 riep Paus Benedictus XVI daarom op ‘het internet een ziel te geven’.

Zij het trager, maar ook in Nederland wordt de weg naar het scherm gevonden. Maandelijks stemmen zo’n 170 duizend kijkers af op Kerkdienst Gemist, een website waar de zondagse dienst van ruim 1.200 kerken wordt gestreamd. Het overgrote deel van de kerken doet dat in audio, zo’n honderd zijn al overgestapt op beeld.

Volgens oprichter Klaas-Jan Wierenga verandert daardoor ook het publiek. ‘Tijdelijk zieken, maar ook mensen met kleine kinderen gaan online naar de kerk. De helft van de duizenden websitebezoekers kijkt of luistert nu op een doordeweekse dag een dienst terug die bijvoorbeeld is gemist.’

Daar blijft het niet bij. Zelfs trouw- en rouwdiensten worden live op het web uitgezonden. Zo zijn familie en vrienden er op afstand toch bij. Volgens de onderzoeker Robin Effing wordt er binnen de kerk reikhalzend uitgekeken naar verdere digitalisering: ‘Bezoekers hebben behoefte aan beantwoording van levensvragen en contact en moderne middelen kunnen daarin zeker helpen.’

Ruim een jaar geleden richtte of stichtte – de Monnickendamse dominee Fred Omvlee Mijnkerk.nl, een door de Protestante Kerk gesteund godshuis op het net. Regelmatig geconfronteerd met het cliché dat digitalisering mensen van elkaar verwijdert, heeft hij de ervaring dat nieuwe media juist samenbrengen. Hij zag het jarenlang in de praktijk als dominee voor de marine. Het internet houdt op zee het thuisfront dichtbij.

Met een besloten groep op Facebook en een website die dienstdoet als eenvoudig sociaal netwerk, moet de kerk 2.0 de moderne mens een plek bieden waar levensvragen kunnen gedeeld of een kaarsje gebrand. Er wordt geblogd, ‘ geluksmomenten’ gedeeld en er prijken net als op ieder ander sociaal medium korte statusupdates. Op de homepage vraagt Roelinda om een gebed, zij heeft al drie dagen geen geld gehad voor eten. Anderen vinden dat mooi, het equivalent van de like.

Virtueel of niet, ook in een onlinekerk houdt de dominee dienst. Iedere zondag predikt Omvlee in video’s van nog geen drie minuten voor zijn vieokanaal op YouTube. Geen kerkelijke pracht en praal, maar de eenvoud van een keukentafel met daarop een kaarsje. Het is dezelfde plek als waar hij vertelt over zijn tijd als digitaal dominee, die hit What if God was one of us door Spotify op de achtergrond gestreamd.

Zijn werk is er door de techniek alleen maar makkelijker op geworden. ‘Online staat iedereen elkaar al bij’ zegt Omvlee. De dominee een overledene laten noemen in zijn volgende dienst? Ook geen probleem, een e-mail met diegene zijn naam doet zijn werk.

De besloten groep op Facebook heeft nu zo’n 375 leden. Het zijn geïnteresseerden, tussen de 30 en 50 jaar oud, die ooit letterlijk zijn verhuisd van hun kerkelijke omgeving, maar wel behoefte hebben aan troost of een gesprek. Hoewel het niet expliciet wordt benoemd, neemt Omvlee een sterke mate van eenzaamheid waar: ‘Niet in de zin van iets negatiefs, maar het weer ergens bij willen horen. Iets met iemand delen omdat je het even nergens anders kwijt kunt.’ Vragen over relaties, maar ook over de dood passeren de revue. Drukte of een scheiding hebben er vaak voor gezorgd dat die mensen sociaal niet zo actief zijn. Op internet vinden ze dan de nodige aandacht.

Die functie van sociale gemeenschap wordt traditioneel ook door veel kerken op het plein ingevuld, maar die zijn volgens Omvlee in het beste geval troostend. ‘In het slechtste geval hoor je echter een niet op jou afgestemd verhaal, kun je er niet op reageren en heb je geen idee wat de zielenroerselen zijn van de persoon naast je in de bank. Online vertrouwen we andere internetgebruikers of een meelezende dominee veel meer toe. Daar ben ik van overtuigd.’

Naast een digitale, maar nauwelijks anoniem te noemen, biecht heeft Omvlee ook te maken met de nijpendere onderwerpen van het ambt. Zo diende zich een vrouw aan die lijdt onder haar verzwegen verleden van seksueel misbruik en via Facebookchat aangaf zelfmoord te willen plegen. Gedurende een aantal weken had de onlinedominee geregeld digitaal contact met haar. ‘Uiteindelijk gaf ze na de bijna dagelijkse gesprekken aan toch nog steeds naar de dood te verlangen. Via e-mail heb ik haar toen mijn zegen gegeven voor die weg.’

Enkele dagen later meldde de vrouw zich toch weer online. Een bijzondere ervaring noemt hij het terugblikkend, maar door de digitale vorm niet anders dan in zijn functie als dominee op zee. ‘Ongeacht het medium is het werk in wezen hetzelfde.’

Ook de rooms-katholieke kerk poogt met moderne middelen een brug te slaan naar nieuw publiek. In de hoop mensen weer voor een gewone kerkdienst te interesseren, richtte de onderzoeker Effing gedurende de decembermaand ondermeer met mediapriester Roderick Vonhögen de website Trideo.com op.

Op de website – nog in opstartende fase en nadrukkelijk géén onlinekerk – behandelen ze in video’s ‘onderwerpen die moeten raken.’ Zo zijn er filmpjes over bidden voor beginners, het kerstverhaal gespeeld door legopoppetjes in een Star Wars-thema, maar ook een 15 seconden durende Instagramvideo over de Heilige Johannes.

De behoefte aan moderne communicatie is er, stelt onderzoeker Effing, maar de uitvoering blijkt in praktijk andere koek. De strategie van hoe het als organisatie structureel te gebruiken ontbreekt en vaak is er sprake van koudwatervrees. Slechts een enkele Nederlandse kerk bezit een app, her en der wordt geëxperimenteerd met twitteren tijdens de dienst.

Effing: ‘De ontkerkelijking ging in Nederland zo ongekend snel dat de kerk zich besloot af te sluiten van de buitenwereld. Nu pas dringt langzaam door dat je het verhaal ook online kunt vertellen. Dat acceptatieproces leidt langzaam tot vernieuwing.’

Dan blijkt zelfs een stola – een verwijzing naar de kerkelijk functie van de drager – niet meer heilig: op die van Omvlee prijken de logo’s van Twitter en Facebook. Erg bang om er daarmee een koddige vertoning van te maken, is hij niet. ‘Ik vind het eigenlijk briljant. In één klap is duidelijk waar ik voor sta’, reageert hij lachend.

Geruisloos verliep die introductie overigens niet. Opvallend genoeg waren het vooral de ruimdenkende theologen die zich er tegen verzetten. Omvlee: ‘Ik zie de kerk als een met de maatschappij mee bewegende organisatie, niet als een in zichzelf ge- keerde. Je moet het spel met een eigen nieuwe vorm aandurven.’