Voor veel crowdfundingsites is het erop of eronder.

Hoewel de hoeveelheid geld die aan deze alternatieve vorm van financiering wordt besteed blijft toenemen, hebben de bedrijven achter de sites het moeilijk. Crowdfunding is zo populair dat de platformen als paddestoelen uit de grond schieten, zonder dat veel van die bedrijven er een serieuze boterham mee verdienen.

Financiering door de gewone burger is in trek, want– zeggen de experts – in tegenstelling tot banken is die wel bereid zijn geld te geven aan een leuk initiatief of een kleine ondernemer. Dit jaar gaat het om zo’n 37 miljoen euro, een verdubbeling ten opzichte van 2013. De verwachting is dat het in 2015 100 miljoen euro is.

Alleen Nederland telt al een kleine honderd websites waar ondernemers, goede doelen en creatieven geld ophalen. Zelfs internationale bedrijven als Kickstarter denken hier een graantje mee te kunnen pikken. Op elke succesvol afgeronde campagne pakt een crowdfunder al gauw 5 tot 10 procent provisie en dat is makkelijk verdienen.

Neem Marie Louise van Dorp. Zij hoopt deze maand via Voordekunst zo’n 4.000 euro op te halen voor wat het boek De Koffiefilter moet worden: een bundeling van 52 verhalen – na afloop samengevat op een koffiefilter – over de gesprekken die ze met bijvoorbeeld een voor haar onbekende hoogleraar, fotograaf of kapster had over ondernemen, creativiteit of wat ze in het leven willen.

Voordekunst geeft haar als advies iets hoger in te zetten dan het beoogde bedrag want het bedrijf houdt 5 procent provisie in. Weet ze meer op te halen dan verwacht – ze is nu op driekwart – dan draagt ze over die extra opbrengst eentiende af.

Zelfoverschatting

Zelfs met een kleine campagne als deze weten de bedrijven al snel honderden euro’s op te strijken. De kosten voor het ontwikkelen van een technisch platform en voor het personeel dat ingediende plannen controleert zijn echter hoog. Zo hoog dat geregeld bedrijven moeten sluiten, bekende namen niet uitgesloten.

Tenpages, waar schrijvers geld konden ophalen, ging in februari na vier jaar failliet. Vorige maand sloot ook Sellanapp, crowdfunder voor mobiele apps, de deuren. Zelfs een crowdfundingcampagne die het bedrijf in leven moest houden, kwam daarvoor te laat. Het zal niet de laatste zijn die omvalt, denkt expert Ronald Kleverlaan: ‘Als van alle bedrijven er op dit moment drie zwarte cijfers weten te draaien, is dat veel. Een groot deel van de nieuwkomers leidt gewoon aan zelfoverschatting en verwacht het beter te doen dan de rest. Ze denken onterecht van de provisie te kunnen leven, maar dat bedrijfsmodel is ten dode opgeschreven.’

Websites die inzetten op donaties – samen met uitlenen van geld of kopen van aandelen de belangrijkste vorm van crowdfunding – zullen relatief klein blijven en een specifieke doelgroep moeten vinden om quitte te draaien. Kleverlaan: ‘Lukt dat ze niet, dan zullen ze binnen niet al te lange tijd omvallen.’

Dat ondervindt ook de 1% Club. Hoewel het sinds 2008 bijna 2 miljoen euro aan donaties ophaalde, is het nog niet gelukt uit de rode cijfers te blijven. De stichting teert nu voor een belangrijk deel op sponsoring, zegt woordvoerder Suzanne van Straaten. Vorig jaar is daarom besloten het over een andere boeg te gooien: de organisatie richt zich nu ook op de zakelijke markt. Bedrijven en overheden beginnen met de techniek van de 1% Club hun eigen platform. Door ook een technologisch bedrijf te zijn, hoopt het eind volgend jaar voldoende geld te gaan verdienen.

Hoe anders is dat voor die andere vorm van crowdfunding – de financiering van bedrijven. Die websites zullen niet in niches maar in massa moeten denken, willen ze blijven bestaan. Kleverlaan: ‘Grote internationale bedrijven zullen Nederlandse overnemen, andere zullen enorme bedragen in het bedrijf pompen. Zij kiezen mogelijk voor uitbreiding in de hoop later zelf te worden overgenomen.’ Het zijn de principes die ook gelden voor technologiebedrijven in Silicon Valley: pas wanneer je een efficiënt systeem hebt gebouwd en de massa bereikt, ga je geld verdienen. Weet je die niet te bereiken dan val je om of word je zelf de prooi.

De eerste tekenen daarvan dienen zich ook onder deze schaduwbanken aan. Geldvoorelkaar, dat dit jaar aan provisie 1,6 miljoen euro verwacht op te strijken, werd in november voor 10 miljoen euro overgenomen door concurrent Trustbuddy. Het Zweedse bedrijf hoopt met de overname van een Nederlands en Italiaans bedrijf in één klap een grotere speler te worden op de Europese markt.

‘Crowdfunding is een hype, platformen schieten hier als paddestoelen uit de grond. Maar de investering is groot en de opbrengsten in eerste instantie klein’, zegt de oprichter van Geldvoorelkaar, Martijn van Schelven. Vooral door gestandaardiseerd te werken en bijna fabrieksmatig contracten tussen investeerder en ondernemers te sluiten, heeft het bedrijf de winst kunnen vergroten. ‘Dat kostte ons meerdere jaren; daar verkijken nieuwkomers zich te vaak op.’

Grote jongens

Trustbuddy is niet de enige die buiten de landsgrenzen kijkt, het Nederlandse Oneplanetcrowd ging vorige maand live in Duitsland. De site is onderdeel van een investeringsbedrijf en hoeft volgens oprichter Coenraad de Vries daarom niet direct winst te maken. Internationale groei heeft een hogere prioriteit, er zijn plannen om uit te breiden in Scandinavië. Dat alle landen verschillende regels hanteren voor financiering en verstrekken van aandelen maakt die groei wel lastiger. Of er een situatie ontstaat waarbij één bedrijf de markt naar zijn hand weet te zetten, durft hij daarom niet te zeggen. ‘Maar een parallel met webwinkelland vind ik niet ondenkbaar. Er zal een groepje grote jongens met specifieke doelgroepen overblijven.’

Het Rotterdamse Symbid, dat vorig jaar nog een verlies leed van 1 miljoen euro, is vastbesloten zo’n grote jongen te worden. Het bedrijf heeft zelf 4 miljoen dollar aan investeringen op zak en een notering aan de Amerikaanse beurs. Het kiest naar eigen zeggen voor een agressieve betreding van de markt. Het sloot begin deze maand nog een overeenkomst met een ouderwetse financiële bemiddelaar en zorgt er daarmee voor dat diens jaarlijkse 700 miljoen euro aan investeringen ook online via de crowd worden gezocht.

Oprichter Robin Slakhorst: ‘Niets is logischer dan er veel geld in te steken en uiteindelijk andere partijen over te nemen; onder meer de reden dat we zullen starten in de VS. Daar gaat het aantal investeringen van de crowd enorm groeien.’ Slakhorst is ervan overtuigd dat die harde benadering nodig is om de grootste te worden. ‘Ieder land houdt één of twee grote crowdfunders over en wereldwijd zal er één gigant ontstaan. Het is de klassieke marktplaatstheorie. We hebben ook één Facebook en één Spotify.’

Of de manier waarop crowdfundingbedrijven nu handelen ook over een aantal jaar een succes is, is volgens Tom Vroemen van Crowdaboutnow nog maar afwachten: ‘We zijn óók het afvoerputje van de financiële sector, de onrendabele onderkant. Geld om te controleren of bedrijven het geleende bedrag ooit terugbetalen is er vaak niet, daarvoor is de provisie te klein.’ Dat baart hem zorgen. ‘Iedereen blaast de loftrompet over crowdfunding, maar of het geschikt is als massaproduct weten we nog niet. Dat wordt pas duidelijk als bedrijven over een aantal jaar hun leningen terug moeten betalen.’